Hieronder tref u aan een nadere verdieping van het IFRS 9 amendement over de classificering en waardering en toelichtingsvereisten dat met ingaan van 1 januari 2026 moet worden toegepast.
Daarna vindt u een aantal artikelen die Friso ten Brink heeft gepubliceerd p[ het NBA platform voor nieuws, achtergrond en debat.
- IFRS 17: De definitieve richtlijn is vastgesteld : Een artikel waarin de belangrijkste amendementen worden beschreven die zijn doorgevoerd bij de vaststelling van de IFRS 17 op 30 juni 2020
- IFRS 17 Grote gevolgen voor de jaarrekening : Een artikel waarin de IFRS 17 nader wordt uitgelegd
- Nieuwe IFRS-richtlijnen voor persberichten en andere publicaties buiten de jaarrekening om : Een artikel over een voorstel de IASB Board om beleggers in een aparte toelichting te informeren over KPI's die de onderneming gebruikt in persberichten en andere vormen van communicatie met de beleggers
- De accountantscontrole altijd weer een uitdaging : Een andere kijk op de accountantscontrole
Amendementen op IFRS 9 – Elektronische betalingen, leningen met ESG kenmerken/ Non recourse loans en CLI’s
16 januari 2026
Met ingang van 1 januari 2026 wordt IFRS 9 gewijzigd door amendementen op de classificatie en waardering van financiële instrumenten. Vervroegde toepassing is toegestaan. De wijzigingen worden retrospectief toegepast, zonder aanpassing van de vergelijkende cijfers. Het cumulatief effect wordt verwerkt in de openingsbalans.
De amendementen zijn het resultaat van de post-implementation review van IFRS 9 en hebben betrekking op:
1. De verwerking van elektronische betalingen
2. De beoordeling van contractuele kasstromen voor waardering tegen geamortiseerde kostprijs, met specifieke aandacht voor:
2.1 Financiële instrumenten met ESG kenmerken
2.2 Non ‘recourse’ leningen
2.3 Contractually Linked Instruments (CLI’s)
3. Aanvullende toelichtingsvereisten voor:
3.1 financiële instrumenten met voorwaardelijke kasstromen
3.2 financiële instrumenten gewaardeerd tegen FVOCI
1. De verwerking van elektronische betalingen
IFRS 9 vereist dat vorderingen en schulden niet meer worden opgenomen in de balans op het moment dat de contractuele rechten op de kasstromen verlopen en dat op hetzelfde moment ontvangen gelden worden verantwoord als liquide middelen in de balans. Uit de post-implementatie review was naar voren gekomen dat het in de praktijk complex en kostbaar is om het exacte afwikkelingsmoment vast te stellen. De IASB zag echter geen goede reden om het conceptuele frame work rondom het moment van opname en het niet langer verwerken in de balans van financiële activa en verplichtingen te herzien. De IASB heeft ervoor gekozen om bij het gebruik van een elektronisch betaling systeem onder strikte voorwaarden toe te staan om schulden voor de afwikkelingsdatum niet meer op te nemen in de balans. De regels voor de opname van financiële activa blijven ongewijzigd. Dit mag alleen wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
(i) De entiteit kan de betaling niet stoppen of terugdraaien.
(ii) De entiteit geen beschikking meer heeft over de liquide middelen.
(iii) Het afwikkelingsrisico is gering.
Het afwikkelingsrisico is gering als er een standaard administratief proces wordt gevolgd en de tijd tussen het geven van de opdracht en het uitvoeren van betaling kort is. De afwikkeling wordt niet als gering beschouwd als de afwikkeling van de transactie afhankelijk is van of entiteit in staat is om de betaling te kunnen voldoen.
Als gekozen wordt op om de beëindiging van de opname eerder te laten plaatsvinden dan de afwikkelingsdatum dan moet dit consistent worden toegepast voor alle transacties die door het betreffende betalingsverkeer heen lopen.
2.1 Financiële instrumenten met ESG kenmerken
De geamortiseerde kostprijs geeft weer de opgebouwde rente, terugbetaling van de hoofdsom en de kredietverliezen op deze kasstromen. IFRS 9 verplicht dan ook om geamortiseerde kostprijs toe te passen als het doel van een financieel instrument is om de rente-inkomsten te verdienen en om de hoofdsom terug te krijgen (hold to collect businessmodel) waarbij de kasstromen betrekking hebben op aflossingen en rentebetalingen. Hiervoor moet de SPPI (Solely Payments for Principale and Interest) test worden uitgevoerd. Contractuele kasstromen hebben alleen betrekking op betaling van aflossing en kasstromen als er sprake is van een basis leenovereenkomst. In de basis leenovereenkomst zijn vergoedingen voor tijdswaarde en voor kredietrisico belangrijke componenten van de rentevergoeding. De rentevergoeding kan ook andere vergoeding bevatten zoals een winstmarge en een vergoeding voor administratieve kosten.
In de uitvoer richtlijnen van IFRS 9 wordt een aantal overwegingen weergeven, die in acht moeten worden genomen bij het uitvoeren van deze SPPI test. In de praktijk is echter onduidelijkheid ontstaan over de toepassing van de SPPI-test op leningen met duurzaamheidsgerelateerde kenmerken, zoals renteaanpassingen die afhankelijk zijn van het behalen van CO₂-reductiedoelstellingen.
De IASB introduceert geen uitzondering voor ESG-leningen maar verduidelijkt in de toepassingsrichtlijnen onder welke omstandigheden dergelijke kenmerken verenigbaar zijn met een basisleningsovereenkomst. Hiervoor heeft de IASB in de uitvoeringsrichtlijn wijzigingen doorgevoerd met betrekking tot:
(a) de elementen van rente die consistent zijn met de basisleningsovereenkomst;
(b) contractuele voorwaarden die de tijdsfasering of de waarde van de contractuele kasstromen beïnvloeden.
(a) In IASB4 1.7A wordt aangeven, dat de kasstromen alleen kunnen voldoen aan de SPPI test als het om kasstromen gaat, die consistent zijn met een leningsovereenkomst. De vergoedingen, die in deze bepaling worden genoemd (zie hier boven), zijn echter niet uitputtend. In de uitvoeringsrichtlijn wordt aangegeven, dat contractuele bepalingen zoals kasstromen die afhankelijk zijn van de veranderingen van aandeel prijzen of prijzen van grondstoffen, niet consistent zijn met een standaard leningsovereenkomst. Op zelfde manier kunnen de voorwaardelijke verplichtingen van ESG-lening worden beoordeeld. Een lening, waarbij de rente wordt gewijzigd met een bepaald basispunten, wanneer het bedrijf een bepaalde doelstelling in de reductie van CO2 realiseert, voldoet onder alle omstandigheden aan een leningsovereenkomst. Echter een lening, waarbij de rente periodiek wordt aangepast aan een CO2 prijsindex contract, voldoet hier niet aan. Het amendement maakt ook duidelijk dat bij het beoordelen of er sprake is van een basis leenovereenkomst, het niet gaat om de hoogte van de rentevergoeding maar om het soort vergoeding dat wordt ontvangen.
(b) De IASB-board heeft aangegeven, dat onder de volgende voorwaarden de contractuele verplichtingen, die de kasstromen beïnvloeden consistent zijn met een basis leen overeenkomst:
(i) De contractuele kasstromen zijn alleen consistent met de basis leen overeenkomst als de verandering in de kasstromen zowel proportioneel als richting gebonden consistent is met een verandering van het kredietrisico. Bijvoorbeeld een verhoging van het kredietrisico leidt tot een stijging en niet tot een daling van de rente.
(ii) Alle veranderingen in contractuele kasstromen moeten worden overwogen ongeacht de kans dat de gebeurtenis plaatsvindt. Tenzij het gaat om een niet realistische kans.
(iii) De timing en de variabiliteit van de kasstromen is beschreven in het contract.
(iv) De gebeurtenis van de voorwaardelijke verplichting is specifiek voor de ontvanger van de kredietnemer en de hoogte van de wijzigingen moet kunnen worden bepaald. De gebeurtenis van een voorwaardelijke verplichting kan specifiek zijn voor de kredietnemer ondanks dat de voorwaardelijke gebeurtenis ook gevolgen heeft voor andere partijen. Een voorbeeld daarvan is het realiseren van CO2 vermindering. Echter wanneer de kasstromen worden beïnvloed door een industrie brede CO2 vermindering is de voorwaardelijke verplichting niet specifiek.
(v) De kasstromen, die ontstaan uit de voorwaardelijke gebeurtenis, zijn geen kasstromen, die ontstaan als het gevolg van een belegging in de kredietnemer en zijn niet afhankelijk van het rendement op bepaalde activa.
2.2 Non-recourse loans
Een non recourse lening is een lening, waarbij het verhaalsrecht van de kredietverstrekker beperkt is tot de kasstromen, die worden gegenereerd met de onderliggende financiële activa. De verstrekker van de lening is blootgesteld aan het risico op het rendement van de activa en minder op het kredietrisico. Dit is een heel anders dan een lening waarbij activa als onderpand worden gegeven omdat bij een default de schuld kan worden verhaald op de kredietnemer. Dit onderscheid tussen een lening met onderpand en een non-recourse loan is relevant omdat in IFRS 9.B4.1.17 wordt aangegeven dat bij een non recourse lening er een nader look through analyse moet worden uitgevoerd.
Factoren die bepalend zijn of de kasstromen van financiële activa met non recourse kenmerken voldoen aan de SPPI test zijn:
- De kasstromen, die gegenereerd worden met de onderliggende activa, zijn naar verwachting voldoende om de contractuele kasstroom verplichtingen te voldoen.
- Als de kasstromen van de onderliggende activa niet voldoende zijn dan wordt het tekort voldaan uit equity of achtergestelde leningen.
In het amendement geeft de IASB het voorbeeld van een special purpose vehicle waarbij de crediteur geen verhaal mogelijkheid heeft op de entiteit. Indien de SPPI alleen beschikt over bepaalde activa om de aflossing en de rentebetalingen te voldoen en er geen eigen vermogen is, dan staat de kredietgever bloot aan het rendementsrisico van de activa met als gevolg dat er geen sprake is van een basis leen overeenkomst. Indien, er echter voldoende eigen vermogen aanwezig is waardoor de betaling van aflossing en rente niet afhankelijk zijn van het rendement van de activa dan kan er weer wel sprake zijn van een basis leenovereenkomst. Een ander voorbeeld, dat is opgenomen in het amendement, is dat een derde partij de betaling van rente en aflossing garandeert wanneer de baten uit de activa onvoldoende zijn om de rentebetaling en aflossing te kunnen voldoen. In dat geval hebben de financiële activa geen non recourse kenmerken omdat de crediteur een verhaal mogelijkheid heeft op de derde partij.
2.3 Contractual linked instruments (CLI’s)
Een gestructureerde investment vehikel is een financieel product dat bestaat uit een combinatie van traditionele instrumenten zoals bijvoorbeeld leningen, obligaties en één of meer derivaten. Bij sommige transacties gebruikt een emittent meerdere contractual linked instruments (CLI’s) om te bepalen hoe en in welke volgorde betalingen worden gedaan. Hierdoor lopen bepaalde investeerders meer of minder risico. Dit worden ‘tranches’ genoemd. In de structuur wordt de volgorde aangeven waarin eventuele verliezen worden gealloceerd naar de verschillende tranches.
In IFRS 9 is aangeven dat bij een dergelijke structuur onder bepaalde voorwaarde de geamortiseerde kostprijs kan worden toegepast. Hiervoor is echter een look though benadering vereist. In deze look through analyse moeten de kasstromen van de onderliggende financiële activa worden geanalyseerd en moet de blootstelling aan kredietrisico van de tranches in verhouding tot de onderliggende financiële instrumenten worden bepaald.
De beleggingen in CLI’s kunnen kasstromen hebben die enkel betalingen zijn voor aflossing en rente betalingen indien:
(a) de kasstromen van de tranche zich kwalificeren als betalingen die enkel zijn voor aflossing en rente;
(b) de onderliggende pool van financiële instrumenten bevatten alleen de volgende financiële instrumenten:
(i) financiële instrumenten die kasstromen hebben die enkel betrekking hebben op betalingen van aflossing en rente.
(ii) financiële instrumenten die de variabiliteit van de kasstromen beperken, bijvoorbeeld interest caps.
(iii) financiële instrumenten die ervoor zorgen dat de kasstromen van de tranches in overeenstemming worden gebracht met de pool van onderliggende instrumenten. Het gaat hierom alleen om de volgende verschillen (a) of de rente vast of variabel is (b) de valutakoers van de kasstromen en (c) de looptijd.
(iv) het kredietrisico van de tranche mag niet hoger zijn dan het kredietrisico van de onderliggende pool van financiële instrumenten.
Het amendement geeft een nadere toelichting over het toepassen van de bovenstaande bepalingen.
(i) Een beschrijving van de kenmerken van de CLI en wat de CLI onderscheidt van andere transacties
De wijzigingen maken duidelijk dat CLI’s vooral herkenbaar zijn doordat ze gebruikmaken van een waterfall-structuur. In zo’n structuur worden binnenkomende kasstromen in een vooraf bepaalde volgorde verdeeld over de verschillende tranches. Wanneer er kasstroomtekorten zijn, worden die niet evenredig verdeeld, maar disproportioneel toegerekend, meestal eerst aan de tranches met het hoogste risico. Dit onderscheidt CLI’s van andere financiële activa met geen verhaal mogelijkheden op andere activa (non-recourse-kenmerken).
(ii) Een beschrijving van de transacties die geen CLI’s zijn
In B4.1.20A wordt aangeven dat er transactie kunnen zijn met meerdere schuldinstrumenten die niet voldoen aan kenmerken van een CLI. Bijvoorbeeld een secured lending constructie waarbij junior en senior leningen worden uitgegeven waarbij de junior leningen kredietrisico bescherming bieden aan de senior leningen. Het gaat hier niet om een CLI omdat deze faciliteit is gecreëerd voor een schuldenaar. Voor de senior lening moet worden beoordeeld of de kasstromen alleen worden aangewend voor aflossing en rente volgens de bepalingen van IFRS 9. De junior leningen voldoen hier in ieder geval niet aan.
(iii) Financiële instrumenten niet binnen de reikwijdte van IFRS 9
B1.4.23 is geamendeerd zodat financiële instrumenten die buiten de reikwijdte van IFRS 9 vallen zoals bijvoorbeeld lease vorderingen onderdeel kunnen zijn van pool financiële instrumenten van een CLI indien deze financiële instrumenten kasstromen hebben die voldoen aan de kenmerken van betalingen van rente en aflossingen.
3.1 Aanvullende toelichting voor financiële instrumenten met voorwaardelijk verplichtingen
Indien financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs of tegen FVOCI moet de entiteit de volgende informatie verstrekken:
(a) een kwalitatieve beschrijving van de aard van de voorwaardelijke gebeurtenis;
(b) kwantitatieve informatie over de bandbreedte van veranderingen in contractuele kasstromen die uit die contractuele bepalingen kunnen voortvloeien; en
(c) de bruto boekwaarde van financiële activa en de geamortiseerde kostprijs van financiële verplichtingen die aan die contractuele bepalingen onderworpen zijn.
De entiteit dient na te gaan hoe gedetailleerd de informatie moet worden verstrekt, wat het geschikte niveau van aggregatie of disaggregatie is, en of gebruikers van financiële overzichten aanvullende toelichtingen nodig hebben om de verstrekte kwantitatieve informatie te kunnen beoordelen.
De gebruikers van de informatie krijgen hiermee inzicht in het effect van contractuele bepalingen, die de timing of de omvang van contractuele kasstromen kunnen wijzigen.
3.2 Aanvullende verplichtingen voor financiële instrumenten die gewaardeerd zijn tegen FVOCI
IFRS 7 vereist de volgende toelichting ten aanzien van financiële instrumenten die worden gewaardeerd tegen FVOCI:
(a) Welke beleggingen zijn gewaardeerd tegen FVOCI.
(b) De reden waarom deze beleggingen in deze beleggingscategorie vallen.
(c) De reëel waarde van deze beleggingen aan het einde van de rapporteringsperiode.
(d)De dividenden, die ontvangen zijn in de verslaggevingsperiode, waarbij afzonderlijk moet worden getoond de dividenden die betrekking op de beleggingen die zijn verkocht en de beleggingen die nog aan het einde van de rapporteringsperiode in het bezit zijn van de entiteit.
(e) Elke overboeking van winst of verlies binnen het eigen vermogen, waaronder ook de reden van deze overboeking
Aanvullend moet nu worden toegelicht het onderscheid tussen waarde veranderingen van beleggingen die nog wel en die niet op de balans worden gehouden.
IFRS 17: De definitieve richtlijn is vastgesteld
Inleiding
Eind juni 2020 heeft de IASB Board de IFRS 17 richtlijn voor de verwerking van verzekeringscontracten definitief vastgesteld. IFRS 17 vervangt IFRS 4 , een richtlijn die veel lokale verslaggevingspraktijken toestaat. IFRS 17 moet er voor zorgen dat jaarrekeningen van verzekeringsmaatschappijen internationaal vergelijkbaar zijn. Nadat de concept richtlijn was gepubliceerd in mei 2017 is de IASB Board in discussie gegaan met de verzekeringssector over de nieuwe richtlijn. In dit artikel zal ik ingaan op een aantal belangrijke wijzigingen die zijn doorgevoerd. Eerst zal ik een korte uiteenzetting geven van de belangrijkste verslaggevingsprincipes van IFRS 17.
IFRS 17: Een nieuw winst begrip
IFRS 17 vereist dat verzekeringscontracten vanaf het moment van eerste opname worden gewaardeerd in de balans. Hiervoor moet er gedurende de looptijd van het contract een schatting worden gemaakt van de cash flow van de verwachte opbrengsten en verwachten kosten van een groep van verzekeringscontracten. Het ongerealiseerde resultaat, de CSM, valt op basis van het verloop van de verleende diensten vrij ten gunste van het resultaat. Indien de verwachte cashflow negatief is dan is er een verliesgevend contract en moet het verlies direct ten laste van het resultaat worden gebracht. Bij de schatting van de cash flow moet er worden verdisconteerd en moet er een correctie worden gemaakt voor de risk adjustment. De risk adjustment is een opslag voor het risico dat verbonden is met de cash flow. Voor verzekeringscontracten met een looptijd korter dan een jaar of contracten met een langere looptijd maar met weinig fluctuaties in de cash flow kan een vereenvoudigde methodiek de PAA worden toegepast. Deze methode heeft veel overeenkomsten met de winstbepaling op basis van de onverdiende premie methode van IFRS 4.
Ingangsdatum van IFRS 17 is verschoven
De oorspronkelijke ingangsdatum van 1 januari 2021 is uiteindelijk verschoven naar 1 januari 2023. Gezien de complexiteit van de implementatie en de onzekerheid over de definitieve richtlijn kan de verzekeringssector dit uitstel goed gebruiken. Hier komt bij dat IFRS 17 retrospectief moet worden toegepast waardoor al over 2022 cijfers op basis van IFRS 17 moeten worden opgesteld. Ook de invoering van IFRS 9 is voor de verzekeringssector verschoven naar 1 januari 2023.
Groepering van verzekeringscontracten die afgesloten zijn binnen een periode van 1 jaar
De IASB Board heeft niet toegegeven aan de wens van een deel van de verzekeringssector om de risico’s van groepen van verzekeringscontracten binnen generaties met elkaar te delen. De IASB heeft vastgehouden aan cohorten van een jaar. Dit betekent dat verzekeringscontracten worden gegroepeerd voor waardering die afgesloten zijn binnen een jaar. De IASB board ontneemt hiermee de mogelijkheid om de CSM en daarmee de winstgevendheid van de verschillende groepen van verzekeringscontracten die in de loop der jaren worden afgesloten te egaliseren. De IASB board is van mening dat de verschillen in winstgevendheid tussen verschillende generaties van verzekeringscontracten juist inzicht geven in de trend van de winstgevendheid.
Herverzekering bij verliesgevende contracten
Een bate of een last op een herverzekeringscontract ontstaat doordat de verwachte opbrengsten uit herverzekering hoger of lager zijn dan de herverzekeringspremies. Deze bate of last wordt toegerekend aan de periode waar op die diensten van de herverzekeraar worden verricht. Gevolg hiervan is dat bij een verliesgevend contract het verlies bij eerste opname in de balans in het resultaat moet worden genomen terwijl de dekking uit het herverzekeringscontract verantwoord wordt over de looptijd van het contract. Om deze mismatch te voorkomen moet nu bij een verliesgevend verzekeringscontract het verlies worden gecorrigeerd voor het aandeel van claims dat kan worden verhaald op de herverzekeraar.
Winst allocatie van verzekeringscontracten met een beleggingselement
In de aangepaste IFRS 17 richtlijn wordt nu bij de toerekening van de omzet van verzekeringscontracten met een beleggingselement naar de periode niet alleen rekening gehouden met de verzekeringsdekking maar ook met de beleggingsgerelateerde diensten. Dit geeft een beter beeld van het resultaat en hiermee wordt ook voorkomen dat als de verzekeringsdekking is verlopen er geen omzet meer wordt verantwoord terwijl er nog steeds diensten in de beleggingssfeer worden geleverd.
Impact van interim reporting op CSM
In de oorspronkelijke IFRS richtlijn kan de frequentie van interim reporting een invloed hebben op het jaarresultaat. De verwerking van schattingen van verzekeringscashflows mogen niet worden herzien als IFRS 17 in een periode daarna wordt toegepast. Deze bepaling leidt tot extra implementatie kosten als er dochtermaatschappijen zijn die die niet zoals de moedermaatschappij interim resultaten rapporteren. Het bijhouden van een dubbele IFRS 17 boekhouding bij de dochtermaatschappij, een voor statutaire doeleinden en een voor groepsdoeleinden, is een kostbare aangelegenheid. De aangepast IFRS 17 richtlijn biedt nu de mogelijkheid om er voor te kiezen om de frequentie van interim reporting geen effect te laten hebben op het jaarresultaat.
Activering van acquisition cash flows
Tenzij de PAA wordt toegepast verplicht IFRS 17 om verkoopkosten, commissies en andere opstart kosten te activeren en af te schrijven over de looptijd van het verzekeringscontract. In de wijziging die de IASB Board heeft doorgevoerd moeten de geactiveerde acquisitiekosten nu ook worden gealloceerd naar de verzekeringscontracten die naar verwachting zullen worden afgesloten als gevolg van verlengingen. Een impairment verlies moet er worden genomen wanneer de verwachting is dat de geactiveerde acquisition cashflows hoger zijn dan de cash inflows van de verzekeringscontracten. Met deze belangrijke aanpassing wordt voorkomen dat verzekeringscontracten onterecht als verliesgevend worden verantwoord.
IFRS 17 niet van toepassing voor credit cards en bepaalde leningen met een verzekeringscomponent
Voor credit card contracten mag IFRS 9 worden toegepast als het verzekeringsrisico niet wordt meegenomen bij de prijsbepaling van de credit card. Bij leningen met een verzekeringscomponent kan ook IFRS 9 worden toegepast als de verzekeringsuitkering niet hoger is dan de leningsverplichting. Het doel van beide wijzigingen is om de operationele last van credit card instellingen en banken te beperken.
Slot
Als u gedacht had dat met de publicatie van IFRS 17 de laatste horde is genomen dan komt u bedrogen uit. De Europese Commissie moet IFRS 17 nog bekrachtigen alvorens zij kan worden toegepast in de Europese Unie. De Europese Commissie laat zich hiervoor adviseren door de EFRAG, de Europe Financial Reporting Advisory Group. IFRS 17 kan voor toepassing in de Europese Unie dan ook nog worden aangepast. Op die manier kan via een achter deur het cohort naar een langere periode worden uitgebreid waardoor meer ruimte wordt verkregen om de resultaten van verschillende generaties van verzekeringscontracten te egaliseren.
IFRS 17 – Grote gevolgen voor de jaarrekening
Auteur Friso ten Brink
21 juli 2019
Na Solvency II staat de verzekeringssector met IFRS 17 wederom aan de vooravond van een majeure operatie. Invoering van IFRS 17 is ingrijpend omdat veel van de data elementen die worden gebruikt bij de winstbepaling van IFRS 17 ontleend moeten worden aan de polis administratie. De vraag die bij zo’n ingrijpende en kostbare operatie moet worden gesteld: ‘wegen de kosten op tegen de baten’. Bij de baten moeten we dan denken aan het verbeterde inzicht dat IFRS 17 zal bieden aan de gebruikers van de jaarrekening. In dit artikel zal ik ingaan op de betekenis van IFRS17 voor de gebruikers van de jaarrekening. Eerst zal ik kort IFRS 17 beschrijven.
IFRS 17 : een heel nieuw winst begrip
Met IFRS 17 zetten verzekeringsmaatschappijen de waarde van hun verzekeringscontracten op de balans. Hiervoor moet voor elk groep contracten over de looptijd van het contract de te verwachten opbrengsten en kosten worden bepaald. Wanneer het contract verliesgevend is wordt het verlies direct ten laste van het resultaat gebracht. De ongerealiseerde winst (de CSM) valt op basis van coverage units vrij ten gunste van het resultaat. De ‘coverage units’ is een maatstaaf voor de prestaties die door verzekeraar aan de verzekerden worden geleverd. Cash flows moeten worden verdisconteerd en worden gecorrigeerd voor de risk adjustment, een opslag voor het verzekeringsrisico van het contract. Aanpassingen van de best estimate worden, in zoverre die betrekking hebben op de periode na de balans datum, gecorrigeerd op de CSM. Als er geen ruimte meer is binnen de CSM dan is een contract verliesgevend en worden alle negatieve correcties in mindering gebracht op het resultaat. Voor contracten met een looptijd van een jaar en met contracten waarbij niet veel variabiliteit is in de cash flow mag er een simpeler methode de PAA worden toegepast. Deze methode heeft veel overeenkomsten met de winst bepaling op basis van de onverdiende premie methode van IFRS 4.
Vergelijkbaarheid van jaarrekeningen
Met de invoering van IFRS 17 beoogt de IASB de onderlinge vergelijkbaarheid van jaarrekeningen te verbeteren. De mogelijkheden om vast te houden aan de nationale verslaggevingsgrondslagen zoals dat mogelijk is met IFRS 4 is niet meer toegestaan. Echter het over grote deel van de Nederlandse verzekeraars past de RJ toe. De onderlinge vergelijkbaarheid van de jaarrekening zal er dan ook in Nederland niet op vooruitgaan. Het is dan ook te verwachte dat de RJ na 2022 de verslaggevingsgrondslagen voor verzekeraars, de RJ 605, in overeenstemming zal brengen met IFRS 17.
Het eerder nemen van verliezen
Met IFRS 17 zullen verliezen op verzekeringscontracten eerder moeten worden verantwoord in het resultaat. Dat er een voorziening moet worden opgenomen voor verliesgevende contracten is op zich niets nieuws. IFRS 4 vereist dat er een “liability adequacy “ test wordt uitgevoerd om te bepalen of de voorzieningen voor verzekeringsverplichtingen toereikend zijn. Het verschil is echter dat IFRS 17 veel minder mogelijkheden biedt om een verliesgevend contract te compenseren met een winstgevend contract.
Geen egalisatie van de resultaten door shadow accounting
IFRS 17 biedt de verzekeraar niet meer de mogelijkheid om via shadow accounting de resultaten te egaliseren. Bij shadow accounting, zoals dat binnen IFRS 4 is toegestaan, kan een tekort in de pensioen voorziening worden aangevuld door ongerealiseerde herwaarderingen van beleggingen te onttrekken uit het eigen vermogen. Bij IFRS 17 is dit niet meer toegestaan. De volatiliteit van de resultaten zal naar verwachting hierdoor behoorlijk toenemen. Om een voorbeeld te geven in de jaarrekening van ASR is er als gevolg van shadow accounting in 2018 en 2017 respectievelijk € 217 miljoen en € 384 miljoen van de leven verplichtingen vrijgevallen ten gunste van het eigen vermogen. Vergelijk dit eens met de winst voor belastingen in 2018 en 2017 van respectievelijk € 904 miljoen en € 1.126 miljoen dan is het duidelijk dat het management van verzekeraars naarstig om zoek moet gaan naar mogelijkheden om de resultaten te egaliseren. Hedge accounting biedt mogelijkheden en ook binnen IFRS 17 zijn er mogelijkheden om de effecten van rente wijzigingen via het eigen vermogen te laten lopen. De verwachting is echter dat de volatiliteit van de netto resultaten groter zal worden en dat de verzekeraars dit zullen moeten uitleggen aan hun stakeholders.
De verdisconteringsvoet
In tegenstelling tot Solvency II kent IFRS 17 een relatief grote mate van vrijheid in het bepalen van de verdisconteringsvoet. De verdisconteringsvoet wordt bepaald door de liquiditeit en het patroon van de cash flow van de onderliggende verzekeringscontracten. De keuze van de disconteringsvoet zal volgens EIOPA (de Europese toezichthouder op verzekeraars) invloed hebben op de hoogte van de reserves, (en daarmee ook op het resultaat) die verzekeraars moeten aanhouden. Het gebruik van verschillende verdisconteringsvoeten door verzekeraars kan er dan weer toe leiden dat de resultaten voor beleggers moeilijk zijn te vergelijken.
Transitie naar IFRS 17
Voor de transitie naar IFRS 17 wordt er in principe de retrospectieve methode gehanteerd. Hierbij wordt IFRS 17 met terugwerkende kracht toegepast. Wanneer er geen historische informatie aanwezig is om deze methode toe te passen dan kan de modified approach of de fair value approach een uitkomst bieden. De modified approach biedt ten opzichte van de retrospectieve methode een aantal vereenvoudigingen. Bij de fair value methode worden de verzekeringsverplichtingen opgenomen tegen faire value. Bij verzekeringsproducten is er over het algemeen geen markt aanwezig en zal er een schatting moeten worden gemaakt. De waardering bij transitie heeft een belangrijk invloed op het eigen vermogen en op toekomstige winstgevendheid. Een lagere waardering leidt tot een lager eigen vermogen maar dit heeft een positief effect op de toekomstige winstgevendheid. Een hoge waardering van de verzekeringscontracten leidt juist tot een lagere toekomstige winstgevendheid.
Slot
Voor de investeerder is de winst volgens de IFRS grondslagen en de dividend uitkering een belangrijke ratio. IFRS 17 zal zeker leiden voor verzekeringsproducten met een langere looptijd tot meer volatiliteit van de resultaten. Investeerders geven de voorkeur aan stabiele voorspelbare winsten. De uitdaging voor de verzekeraars zal zijn om binnen IFRS naar mogelijkheden te zoeken naar een alternatief voor shadow accounting en om beleggers te informeren over de gevolgen van het nieuwe winst concept van IFRS 17 voor de jaarrekening.
Nieuwe IFRS richtlijnen voor persberichten en ander publicaties buiten de jaarrekening om
Auteur Friso ten Brink
3 juni 2020
In het begin van dit jaar heeft de IASB een nieuwe Exposure Draft “General Presentation and disclosures” gepubliceerd. Tot eind september 2020 kunnen geïnteresseerden hier commentaar op geven. Deze Exposure Draft vereist onder meer dat in een aparte toelichting beleggers worden geïnformeerd over KPI’s die de onderneming gebruikt in persberichten en andere vormen van communicatie met de beleggers. Een belangrijke bepaling is dat er een aansluiting wordt gemaakt tussen een sub totaal in de IFRS jaarrekening en de KPI. In dit artikel zal ik de achtergronden beschrijven die geleid hebben tot deze exposure draft en ingaan op de keuzes die zijn gemaakt door de IASB .
Achtergrond van deze Exposure Draft
Het gebruik door ondernemingen van non IFRS KPI’s in persberichten en andere vormen van communicatie met de beleggers is eigenlijk al een lange tijd een doorn in het oog van de IASB. Analisten gebruiken KPI’s voor het vergelijken van de performance van bedrijven en het maken van prognoses van resultaten en vermogen. Het gaat vaak om KPI’s die zijn opgeschoond voor eenmalige baten en lasten. Zo wordt in het Unilever persbericht behalve IFRS KPI’s ook non IFRS KPI’s gerapporteerd, zoals underlying sales’growth, underlying operating margin en underlying earnings per share. Het gaat hierom baten en lasten die worden gecorrigeerd vanwege de aard van de transacties en frequentie waarin zij plaatsvinden. Voorbeelden van items die gecorrigeerd worden zijn herstructureringskosten, impairments en winsten en verliezen op verkoop van bedrijfsonderdelen.
Door het gebruik van deze non IFRS KPI’s dreigt IFRS zijn relevantie te verliezen. Deze KPI’s voldoen echter aan een informatie behoefte van de beleggers omdat beleggers hiermee inzicht krijgen in hoe het management haar eigen performance beoordeelt en hoe de onderneming wordt aangestuurd. Maar er bestaat ook bij beleggers bezorgdheid over de betrouwbaarheid van de gerapporteerde KPI’s. Voldoende reden voor de IASB om te komen met een nieuwe Exposure Draft.
Geen nieuwe sub totaal in de winst en verliesrekening
De IASB heeft er niet voor gekozen om het sub totaal EBIT of daarvan afgeleid EBITDAR in te voeren. Hoewel deze indicatoren veel worden gebruikt in de financiële wereld kiest de IASB om het primaat te leggen bij het onderscheid tussen “operational income “, baten en lasten uit financiering, en inkomsten uit beleggingen die onafhankelijk van de entiteit worden gerealiseerd. Bij EBIT vormt de categorisering van rente kosten een probleem. Rente kosten kunnen namelijk zowel een onderdeel zijn van het operatonal income , bijvoorbeeld bij rente inkomsten op debiteuren uit normale bedrijfsoefening als ook onderdeel zijn van de financieringskosten. De term EBIT kan dan ook niet de lading dekken.
Waar kiest de IASB dan wel voor
In een aparte paragraaf van de jaarrekening moet het management een nader toelichting geven op de KPI’s die door het management worden gehanteerd:
- Een beschrijving van de reden waarom de KPI een goed beeld geeft van de performance van de onderneming waaronder:
o de wijze waarop de KPI is berekend en
o hoe met de KPI nuttige informatie wordt verstrekt over de performance van de onderneming.
- Een aansluiting tussen de KPI en een sub totaal van de jaarrekening.
- Een beschrijving van het effect op de belastingen en hoe dit is berekend.
- Als een KPI wordt gewijzigd moet de reden van wijziging worden vermeld en moeten de vergelijkende cijfers worden aangepast.
Bij het gebruik van KPI’s worden vaak kosten en opbrengsten gecorrigeerd. In de Exposure Draft is hierin voorzien door met nadere voorschriften te komen in de toelichting op ongebruikelijke inkomsten en uitgaven.
Ongebruikelijke inkomsten en uitgaven
In de jaarrekening moet er een aparte paragraaf worden opgenomen waarin informatie wordt verstrekt over ongebruikelijke inkomsten en uitgaven. In de Exposure Draft worden ongebruikelijke inkomsten en uitgaven gedefinieerd als inkomsten en uitgaven die geen voorspellend karakter hebben. De onderneming is verplicht om te beoordelen of het redelijkerwijs te verwachten is dat deze inkomsten en lasten in de toekomstige perioden niet meer zullen plaatsvinden. Het hoeft niet te gaan om alle toekomstige perioden maar ook niet om maar een periode. De IASB stelt voor om de aard van de transacties te beschrijven die ten grondslag liggen aan de ongebruikelijk inkomsten en uitgaven. Hierdoor kan de belegger beoordelen of inkomsten of lasten terecht als ongebruikelijk zijn verantwoord. Nu wordt in IAS 1 ook al vereist dat er meer informatie moet worden gegeven over kosten en baten in de jaarrekening als dit noodzakelijk is voor het beoordelen van de performance van de onderneming maar dit voorschrift is een duidelijke aanscherping. De ongebruikelijke inkomsten en uitgaven zullen vaak ook weer terugkomen in de aansluiting van een IFRS sub totaal en de KPI. Hiermee is de cirkel dan weer rond.
Slot
Deze exposure draft is een behoorlijk revolutionaire ontwikkeling omdat de IASB hiermee zijn reikwijdte weet uit te breiden tot aan het kwartaal bericht en de andere uitingen richting de beleggers. Dit is een onvermijdelijke ontwikkeling omdat het niet uit te leggen is dat beleggers zich bij hun beslissingen zouden kunnen baseren op KPI’s die niet in overeenstemming zijn met de verslaggevingsgrondslagen van de jaarrekening. Uniek is nu dat een tekortkoming kan ontstaan in de jaarrekening wanneer de onderneming in haar externe communicatie andere KPI’s gaat gebruiken dan zij heeft toegelicht in de jaarrekening. Ik ben benieuwd hoe de accountants hiermee zullen omgaan.
De accountantscontrole, altijd weer een uitdaging
Auteur Friso ten Brink
24 februari 2020
Het samenstellen van de jaarrekening met de jaarlijkse accountantscontrole vormt voor de financiële functie ieder jaar weer een uitdaging. Het is een strak georganiseerd proces met veel deadlines. De kwaliteitseisen, die aan de jaarrekening gesteld worden, zijn hoog en er is een constante drive om de kosten van de externe accountant te verlagen. De jaarafsluiting moet een goed een geoliede machine zijn. In dit artikel zal ik in gaan op kansen om dit proces te verbeteren.
Beschouw de accountant als een partner
Veel te vaak wordt de accountant door de leiding nog gezien als een noodzakelijk kwaad die zoveel mogelijk op afstand moet worden gehouden. Dit is in het bijzonder het geval als de persoonlijke verhoudingen niet goed zijn. Veel van dit soort conflicten zijn terug te leiden naar wederzijds onbegrip tussen klant en accountant. Zowel management als accountant moeten zich verdiepen in elkaarswerelden, pas dan kan er optimaal worden samengewerkt. Van de klant wordt verwacht dat hij zich verdiept in de vaktechnisch en het compliance kader, waaronder ook de gedragsregels, toezicht AFM, waar binnen de accountant moet opereren. Voor de accountant is het van belang om de business goed te kennen. Hierbij hoort ook een netwerk binnen het bedrijf dat verder gaat dan de financiële functie. Dan pas krijgt de accountant een beter beeld van wat er speelt binnen een bedrijf en wordt hiermee een gelijkwaardige gesprekspartner.
Planningsfase van de controle is van groot belang
Het doel zou moeten zijn om in de planningsfase alle issues, die zouden kunnen spelen bij de jaareinde controle, al met de accountant te hebben afgestemd. Dit vereist een open communicatie tussen klant en accountant. Beide partijen moeten niet alleen open zijn over de risico’s die zij zien in het proces om tot een jaarrekening te komen maar ook op het risico van fouten in de jaarrekening. De accountant moet open zijn over de audit strategie en de controle werkzaamheden.
Voor een optimale jaareinde controle moet de “prepared by client list” in detail tijdens planningsfase worden besproken. Hierbij moet ook de oplevering van het vorige jaar worden betrokken. Zo’n bespreking biedt een grote kans om de kwaliteit en efficiency van een controle te verbeteren. Dit is een investering die elk jaar weer moet worden gedaan en die zich uiteindelijk zal terugverdienen.
Andere zaken die van belang zijn in de planningsfase:
● Het opstellen van een dummy jaarrekening. Hiermee worden discussies over de toelichting al in de planningsfase besproken.
● Het bespreken van het gebruik van steekproeven. Als de tolerantie grens bij steekproeven namelijk wordt overschreden dan leidt dit tot extra werkzaamheden voor zowel de accountant als de klant.
● Het bespreken van potentiele management letter punten.
De uitvoering van de accountantscontrole - Behandel een accountantscontrole als een project
De accountantscontrole moet worden gezien als een gezamenlijk project van klant en accountant. Hierbij hoort een gezamenlijke planning met deadlines. Vanuit de klant moet er een project manager met een directe lijn naar de financieel directeur naar voren worden geschoven. Bij voorkeur heeft zo’n projectmanager ervaring als accountant maar ook als finance manager. Een professional die beide werelden goed kent. Belangrijke taken van deze project manager zijn:
- Het ondersteunen van medewerkers van de klant bij het opstellen van specificaties.
- Het ondersteunen van de accountant bij het verkrijgen van informatie voor hun oordeelsvorming en het op orde krijgen van het dossier.
- het monitoren van de kwaliteit van de opgeleverde financiële en niet financiële informatie
- het dagelijkse met de accountant incharge monitoren van de gemeenschappelijk planning van de accountantscontrole. Deadlines zijn natuurlijk ook van toepassing voor de accountant.
- Het tijdig signaleren van audit issues en problemen bij het halen van de deadlines.
Afronding van de audit
De afronding van de audit wordt meestal gevormd door een gesprek met directie en raad van commissarissen. Verrassingen worden tijdens dit soort gesprekken over het algemeen niet erg gewaardeerd. Gedurende de controle moet de RvC dan ook op de hoogte worden gehouden van belangrijke audit issues en management letter punten.
De accountant moet ook investeren in de relatie met de leden van de RvC. Hierdoor kan de accountant beter zijn bevindingen in de slot vergadering naar voren brengen en staat de accountant steviger in zijn of haar schoenen bij een conflict situatie.
Slot
Het intensiveren van de samenwerking van accountant met klant zou op gespannen voet kunnen staan met de wens van de accountant om een meer onafhankelijke positie te hebben van de klant. Het feit echter dat er procesmatig nauwer met elkaar wordt samengewerkt en dat de accountant transparanter wordt over zijn werkzaamheden betekent niet dat de accountant geen inhoudelijke en onafhankelijke positie kan innemen. Een accountantscontrole zal ook altijd een onvoorspelbaar karakter moeten hebben en ook niet alles van de audit strategie hoeft te worden gedeeld maar nauwere samenwerking heeft voor beide partijen heel veel voordelen.